1945 – Oprichting 2-4 R.I.


05-1945/06-1945 – Uit “Het Kennemerbataljon 1945-1948” van W.E. Meiboom

HET KENNEMERBATALJON IN WORDING NA 5 MEI 1945

Meteen na 5 mei 1945 waren de leden van de Binnenlandse Strijdkrachten in Haarlem en omgeving bovengronds gaan werken. In heel Zuid-Kennemerland handhaafde de Binnenlandse Strijdkrachten de orde, registreerde opgepakte gevangenen en nam als vanzelfsprekend ook de taak op zich om oorlogsvrijwilligers te werven. Velen uit de Binnenlandse Strijdkrachten hadden in de oorlog al afgesproken zich te zullen melden om mee te helpen Nederlands-Indië te gaan bevrijden van de Japanners. Zeker de eerste lichtingen oorlogsvrijwilligers bestonden dan ook louter uit leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Het aanmeldingsbureau was aanvankelijk gevestigd in de Jansstraat 81, maar al in juni 1945 werd het bureau verplaatst naar de Heemsteedse Dreef 271. Er deden zich in Haarlem, net als bij andere aanmeldingsbureaus, nogal wat problemen voor bij de inschrijving van vrijwilligers. In de eerste plaats hadden de leden van verzetsgroepen toen ze afspraken om zich met zijn allen te melden als oorlogsvrijwilliger niet gedacht aan door de regering te stellen criteria, (leeftijd tussen 18 en 36, een goede gezondheid en onder de 21 toestemming van de ouders). Uiteraard leverden deze criteria problemen op. Als een hele verzetsgroep zich kwam melden kon een aantal van hen, die te oud of te jong waren, zich niet laten inschrijven. Dit leidde ook in Haarlem en omgeving tot vele protesten en adhesiebetuigingen om mensen toch toe te laten. Jongens van 16 of 17, die toestemming van hun ouders hadden, werd oogluikend toegestaan dienst te nemen. Ook de bovengrens van 36 jaar werd af en toe ontdoken, M. Maliepaard ging met het Kennemerbataljon mee, hoewel hij al ouder dan 36 jaar was. Hier en daar leidde de strenge leeftijdseisen tot verontwaardiging en wrevel. Officiële toestemming om als oorlogsvrijwilliger mee te gaan werd, als men niet aan de leeftijdseis voldeed, ook na het schrijven van brieven en het uitoefenen van druk niet gegeven. Vandaar dat men het op illegale wijze voor elkaar probeerde te krijgen. Per slot van rekening hadden velen daar in het Verzet wel wat over geleerd! Een voorbeeld is Piet van de Boon. In mei 1945 was hij pas 16, maar kwam op een persoonsbewijs waarop zijn leeftijd was veranderd in 18 jaar door de keuring.

Een tweede probleem voor de aspirant-vrijwilligers was de medische keuring. Jongens en mannen in en rond Haarlem waren vlak na het einde van de oorlog door ondervoeding bepaald niet in medisch optimale toestand. Toch werd vrijwel iedereen goedgekeurd. Bij de keuring ging men ervan uit dat “de tijdelijke zwakte” door ondervoeding snel over zou zijn. Daarom werd men, behalve als er duidelijke ziekten werden geconstateerd, snel goedgekeurd. Een laatste probleem bij de aanmeldingen van oorlogsvrijwilligers bleek de ouderlijke toestemming. Sommige aspirant-oorlogsvrijwilligers, waarvan de ouders toestemming moesten geven, kregen die niet. Meestal niet omdat de ouders het niet eens waren met het tekenen van hun zoon als oorlogsvrijwilliger, maar omdat het kind niet gemist kon worden als arbeidskracht. Ondanks al deze problemen melden zich velen aan bij het ‘Haarlemse aanmeldingsbureau.

Op 28 juni 1945 ‘hadden zich de volgende aantallen oorlogsvrijwilligers aangemeld in district 12 (Noord-Holland Zuid, behalve Amsterdam) :

Haarlem:                    885 (inclusief Spaarndam en Haarlemmerliede)
Heemstede:                174
Bloemendaal:            159
Sassenheim:                12
Hillegom:                     25
Haarlemmermeer:   153 (inclusief Halfweg)
Velsen:                          90
Lisse:                             19

Hiervan vielen uiteraard een aantal mannen af, maar er bleven nog genoeg oorlogsvrijwilliger om een “eigen” Kennemerbataljon te vormen.

Het idee om mee te helpen aan de bevrijding van Nederlands-Indië was in brede lagen van de bevolking bekend en goedgekeurd. Dit blijkt wel uit de diverse feeststoeten na de oorlog. Bij gebrek aan feestmateriaal werden met primitieve middelen in vele plaatsen allegorische stoeten samengesteld die door het dorp of de wijk of zelfs de hele stad reden. Er waren wagens met “onderduikers”, met “illegalen”, maar ook vaak wagens met anti-Japanse leuzen. Zo werd in Haarlemmerliede een wagen gemaakt, waarop een spandoek bevestigd was met daarop de leuze: “Wij geven de Jappen raken klappen”. En Haarlemmerliede was zeker niet de enige plaats in Kennemerland waar zo’n wagen in de bevrijdingsstoet mee reed. Zoals gezegd, de eerste lichtingen Oorlogsvrijwilligers waren eigenlijk alleen maar oud-verzetsstrijders, die via de Binnenlandse Strijdkrachten bij de oorlogsvrijwilligers terecht kwamen.

27-08-1945 – Bevel voor de oprichting van II – 4 R.I.

Untitled1

Untitled2

Back to top of page